De architectuur van een bouwval
Het begint altijd met de symmetrie van de beukenlanen op Kernhem. Terwijl de ochtendmist tussen de stammen blijft hangen, voel ik de koude onverschilligheid van de historie. Deze bomen hebben eeuwen aan menselijk drama voorbij zien trekken; mijn huidige existentiële crisis is voor hen niet meer dan een rimpeling in de eeuwigheid. Ik loop daar als dertiger, het type dat op papier alles op de rit heeft, maar innerlijk naar de uitgang zoekt. Is dit de befaamde dertigersdip, of is er meer aan de hand? Moet ik naar een dokter voor een chemisch steuntje in de rug, of hoort dit rauwe randje simpelweg bij het leven van een piekeraar die weigert genoegen te nemen met de oppervlakkige glans van een 'perfect' bestaan?
